Pioniers actief in Langenboom

Publicatiedatum: Donderdag 12 maart 2020

Aan de Venweg in Langenboom wordt dit jaar 16 hectare aan natuur ontwikkeld. Niet door Staatsbosbeheer, niet door Brabants Landschap of Natuurmonumenten, maar door twee (oud)agrariërs met visie: dhr. Willems en dhr. van Dommelen. Met ondersteuning van de gemeente Mill en Sint Hubert, het Groen Ontwikkelfonds Brabant en adviesbureau Areal wordt de kleine landbouwenclave van de familie Willems omgezet in nat hooiland. Een paradijs voor vogels, insecten en amfibieën. Met deze ontwikkeling wordt een groot natuurgebied in de Raamvallei compleet gemaakt. Een mooi voorbeeld van hoe ondernemen en natuur samen kunnen gaan. ‘’Pioniers’’, noemt Mary Fiers directeur van het Groen Ontwikkelfonds Brabant de mannen. ‘’En die zien wij graag in de Verborgen Raamvallei.’’

Het project

Het project ‘natuurontwikkeling aan de Venweg’ is een samenwerking van verschillende partijen. De familie Willems en de gemeente Mill en Sint Hubert hebben grond verkocht. Meneer van Dommelen gaat deze grond pachten en inrichten met natuur. Het liefst steekt hij nog voor het groeiseizoen de schop in de grond. Over het beheer zijn de partijen nog in gesprek. Zonder ondersteuning van het Groen Ontwikkelfonds Brabant had dit project geen doorgang kunnen vinden.

Het initiatief van de familie Willems

Het was geen eenvoudige beslissing om te stoppen met boeren, vertellen Henk Willems en zijn vrouw Hermien. Maar ze hebben er goed over nagedacht en uiteindelijk de sprong in het diepe gewaagd. Op eigen initiatief hebben zij het overgrote deel van hun kavel aangedragen voor de bestemming ‘natuur’. “We hebben altijd melkkoeien, vleeskalveren en varkens gehad, maar ik ben nu 66 en daarmee zo goed als gepensioneerd”, legt Willems uit. “Onze jongens willen geen boer worden en de droogtegevoelige zandgrond is eigenlijk niet geschikt voor akkerbouw. Er is ook geen ruimte om het bedrijf verder uit te breiden, want we worden omringd door natuur. Om al die grond dan aan te houden… wat moeten we daarmee?” Als bestuurslid van de Agrarische Natuurvereniging Raamvallei en met zijn ervaring in natuurbeheer beantwoordde hij die vraag uiteindelijk zelf. Al kostte het, logischerwijs, tijd om zo’n besluit te maken. Willems: “Ik vind een akker vol bieten, maïs en aardappelen ook geweldig mooi. Dat is het hart dat je hebt als agrariër. Maar ik houd ook van de natuur. Bij de ANV zijn we van mening dat we op minder goede landbouwgronden natuur moeten ontwikkelen, zodat de goede gronden behouden kunnen blijven voor de landbouw. Het was moeilijk om te stoppen na zoveel jaar, maar ik zag hier een unieke kans. Ons perceel ligt aan de Langenboomse bossen, Tongelaar, de meanderende sloot van Staatsbosbeheer… en dit wordt straks één groot natuurgebied. Dat is natuurlijk fantastisch. Vanuit huis kunnen we de ontwikkelingen niet alleen op de voet volgen; we genieten straks ook volop van het uitzicht. En misschien kan ik nog wel een rol vervullen in het beheer, door bijvoorbeeld het terrein te laten begrazen. Dat weet ik nog niet, maar ik blijf er graag bij betrokken.”

De begeleiding door Areal

Gerald Willemsen, kavelruilcoördinator en eigenaar van Areal, begeleidt en overziet het proces aan de Venweg. Hij ziet heel veel casussen voorbij komen, maar zelden vallen de stukjes volgens hem zó mooi op zijn plaats. “Hier lagen geen harde opgaves zoals bij de Hooge of Lage Raam”, legt hij uit, “alleen een min of meer latente kans. Het is dat de familie Willems deze kans wilde pakken. Dat zij er geen grond voor terug wilde, scheelde ook. Maar je hebt de mensen nodig die mee willen doen, en dan moet je de instanties nog mee zien te krijgen. In de Verborgen Raamvallei pakken we dingen samen op. In verschillende schetssessies kijken we naar alle belangen en partijen en proberen vervolgens met vier, vijf, zes keer ronddraaien tot een plan te komen waar iedereen zich in kan vinden. Het is een consensusmodel en zo’n proces duurt lang. We zijn er al ruim twee jaar mee bezig. En dat met alle neuzen in dezelfde richting.” Hoewel de familie Willems de onzekerheid soms lastig vond, hebben zij het vertrouwen in een goede afloop nooit verloren. Ook van Dommelen bleef positief. Hierdoor kon landschapsontwerper Ellen Haverkate van Areal aan de slag met een inrichtingsplan. 

Het ontwerp waarin alles samenkomt

Haverkate: “Het plan dat er nu ligt hebben we samen met deskundigen van het waterschap en de provincie opgesteld. We ontdekten dat het een heel kansrijk gebied is, onder andere omdat er kwelwater omhoog komt. Hierdoor kan er bijzondere vegetatie groeien. Het stuk bestaat straks grotendeels uit vochtige hooilanden. Er worden een aantal regelbare stuwen geïnstalleerd zodat het water beter op zijn plek blijft. Een aantal sloten die nu over het perceel lopen worden, om de natuur een handje te helpen, verontdiept en verbreed met natuurvriendelijke oevers. Er komt ook een poel voor de kamsalamander en andere amfibieën.

Bij de overgang naar bos – die loopt nu heel recht - gaan we een ruigtezone maken met struiken en struweel. Dit biedt kansen voor veel vogels en insecten. We maken het gebied ook beter beleefbaar door aan te sluiten bij bestaande routes en toeristische zichtpunten. Denk hierbij aan de Mariakapel en een mooie houtwal. We hebben allerlei manieren de verbinding gezocht met de omliggende paden en natuur.

Door verschillen in grondwater krijg je ook meer microgradiënt, oftewel waarde voor de ecologie. Het grondwater komt van de zuidkant door de Langenboomse bossen, wordt daar heel schoon gefilterd en stroomt zo de Raam in. Zonder landbouw hebben we één mooie stroom van schoon grondwater. Dat vinden ecologen en hydrologen natuurlijk geweldig, vooral als je het kunt horen stromen. Het was overigens projectondersteuner Marianne Willemsen die tot slot de GOB-aanvraag heeft voorbereid en ingediend. “Ons hele kantoor was erbij betrokken”, lacht Gerald, “Begrijpelijk natuurlijk, bij zo’n mooi project.” Het plan werd goedgekeurd en de subsidie beschikt.

De inrichting of uitvoering

De man die het straks ook echt gaat dóén is Joop van Dommelen. Geen onbekende naam wanneer het aankomt op natuurontwikkeling. Eerder legde hij zijn hand al aan soortgelijke projecten, bijvoorbeeld in het Unesco Man and Biosphere-gebied de Maasheggen. Hij gaat dit jaar de inrichting nabij de Venweg verzorgen. Tot 2000 was hij koeienboer, daarna deed hij aan akkerbouw. Dit leverde naar zijn mening niet genoeg op. Zijn grond lag al tegen een bos aan. Dat vond hij niet alleen mooi; het gaf hem inspiratie. Nu zoekt hij naar gronden om in te investeren, samen met Gerald Willemsen en Rob Christiaans van provincie Noord-Brabant. Op de vraag wat een project een succes maakt zegt hij: “Het is een kwestie van de volhouder wint. Dit soort projecten kan zo vijf jaar duren terwijl je het liefst direct zou starten. Het zit af en toe tegen en daar moet je tegen kunnen. Doorzettingsvermogen is dus belangrijk!” Als het even kan begint hij nog voor het groeiseizoen met de werkzaamheden. “Maar het moet wel praktisch zijn en goed gebeuren”, zegt hij, “dus het kan ook daarna.”

Hulp van de instanties

Volgens Mary Fiers van het Groen Ontwikkelfonds Brabant zijn er nog niet veel agrariërs die zich wagen aan natuurontwikkeling. “Natuur en landbouw kunnen heel goed samengaan, maar ergens zijn we dat vergeten of verleerd. Wij proberen die werelden weer met elkaar te verbinden en particulieren, bedrijven en organisaties te ondersteunen wanneer ze met concrete plannen komen. Gelukkig is er een groep die het aandurft om te experimenteren, de eerste te zijn. Zo ontstaan mooie initiatieven als deze en natuurlijk ook andere vormen met een verdienmodel zoals voedselbossen, natuurgraven of zonneweides. Dit project kan zo in het boekje. We nodigen iedereen die belangstelling heeft om ondernemen en natuur te combineren graag uit om contact op te nemen.”

De gemeente Mill en Sint Hubert speelde, als eigenaar van de grond, ook een belangrijke rol. Zij heeft de grond verkocht en toestemming gegeven om de bestemming te veranderen. Wethouder Jos van den Boogaart: “Wij waren blij dat deze optie op tafel kwam, want we hebben grote opgaven op het gebied van natuurontwikkeling. Met deze overeenkomst voldoen wij aan de compensatieverplichtingen van Agroproeftuin De Peel en onze gemeente wordt er weer een stukje mooier van.”

Vervolg

De betrokkenen hebben dit verhaal lang voor zich gehouden. Dat hoeft nu gelukkig niet meer, want ze hebben nogal iets te vertellen. En dit is nog maar het begin! Houd onze nieuwsbrief in de gaten voor de mijlpalen.